What the Fuck heeft dit nog met vissen te maken?

Afgelopen week werd ik door Johan uitgenodigd om op het Kempisch kanaal te komen vissen. Hij draait daar regelmatig ochtendjes op een dooie zijtak en weet zijn visjes te vangen. Johan is een topper. Je hoort hem niet, je ziet hem niet. Johan doet zijn ding. Vaak midden in de nacht uit bed, langs de bivy-slapers en dan met beperkte materialen een bossage in.  Het is zo’n 500 meter lopen maar dan zit hij in de middle of nowhere. Regelmatig voert hij zijn stekken aan en omdat hij regelmatig voert maar weinig vist ontstaat er ook weinig dressuur. Onderhands inwerpen en regelmatig een vis vangen. Fotootje trekken (zoals ze dat in België zeggen) op het statief en klaar.

Johan met beschadigde vis

Johan had mij al vaker uitgenodigd maar door drukte was het er niet van gekomen. Dit keer had ik tijd en zin. Ik had al verschillende foto’s de mail zien passeren en ik kon niet wachten om één van deze vissen de mijne te noemen. Ik kwam  s’avonds laat aan bij Johan. Na een hartelijke begroeting ging het over de visserij. De laatste vissen die hij gevangen had waren behoorlijk beschadigd geweest. En dat terwijl de paai al weer even geleden was. En deze ochtend had hij voor het eerst geblankt. Hij snapte er weinig van. Maar ja, ik had er zin in dus tijdens het vissen zouden mijn gedachtes nog wel eens richting de beschadigde vissen gaan en eens bedenken hoe dat zou kunnen.

Zoals Johan verteld had was het even afzien. Alle spullen langs het kanaal uitladen en op het karretje. Ik was er nog niet aan toegekomen om mijn trolly te pimpen met zijwieltjes dus het werd het betere tilwerk. Gelukkig had ik een goede trolly waar het wiel redelijk in het midden zit. Hierdoor hoef je veel minder kracht te zetten dan wanneer het wiel naar voren is geplaatst. Omdat ik wist dat we moesten lopen had ik zo min mogelijk mee genomen maar ik moest toch 2x lopen. Johan viste op de zijtak van het Kempisch en draaide 1 nachtje mee. Ik viste in de put ernaast waar ik ook een vergunning van heb. De put is zo’n 100 hectare en er zwemmen +/- 85 karpers. Er is 1 vis waar ik mn zinnen op heb gezet. Het is zeker niet de grootste van de put, maar wel de mooiste. Johan had me daar eens een foto van laten zien en met 1 blik wist ik voldoende. Deze moet de mijne worden.

De meer kant

Door drukte de laatste weken was ik totaal uitgeput en om 2 uur stapte ik mn slaapzakje in. Ik viel maar moeilijk in slaap en toen ik eindelijk in dromenland aankwam werd ik ook direct weer wakker gebliebt. Enkele korte tonen uit de delkim. Toch maar even kijken. Terwijl ik bij de hengel aankom zakt de hanger nog een paar centimeter. Ik pak de hengel op en voel een lichte weerstand. Geen karper maar een brasem of winde. Zeker zal ik het niet weten want de haak lost gelijk. Te moe en te slaperig besluit ik om in te werpen in plaats van precies weg leggen met de Prisma boot. Ik weet dat ik niet “spot on” lig maar ik ben te moe. Ik strompel weer naar mn bedje en probeer mijn ogen dicht te krijgen. Maar ik heb het koud. Ik had alleen de dunne slaapzak op het karretje gegooid. Dat is afzien. Ik hang een jas over mijn bovenlichaam en val uiteindelijk in slaap. Om 9 uur staat Johan met een dampende bak koffie naast mijn tent. Ik schrik wakker. En? Vraag ik vol verwachting. “Helemaal niets” laat Johan me weten. Hij snapt er niets van. Op het kanaal zelf, tegenover de ingang van “ons” deel zitten wel 2 vissers. Zouden zij de ingang hebben dicht gevoerd?

 Mooie lucht

Johan vertrekt in de middag en Piet, een snoekbaarsvissers, neemt zijn plaats over op de arm. Ik maak met Piet een praatje over de vangsten. Dan verteld hij mij dat die jongens tegenover de ingang 500 a 600 meter ons deel in vissen. Ik verklaar Piet voor gek. Dat kan toch niet? Naar de overkant van het kanaal kan ik nog begrijpen, maar niet nog eens 500 meter in het verlengde van “ons” kanaal. De ene kant van ons kanaal heeft allemaal overhangende bomen en aan de overkant bij ons komt regelmatig scheepvaart langs. Dit zou onverantwoord zijn. Onmogelijk. S’avonds komt Johan een bak Vlaamse frieten met saté brengen en ik vertel Johan dit verhaal. “Nee”, zegt Johan beslist. “Dat kan niet. Al zou dat wel verklaren waarom die vissen zo beschadigd zijn de laatste tijd”. Nee, onmogelijk besluiten we beiden. Dit zou niemand doen.

Aasbellen uit het diepe

Johan adviseert me om een hengel op zijn stek in het kanaal te leggen en 1 hengel onder het bosje in de put. Het plekje van de brasem/winde. Ik ga op zijn advies af en leg 1 hengel 5 meter uit de kant bij het riet op het kanaal en gooi er onderhands wat boilies bij. De andere hengel gaat met de voerboot naar het schone plekje onder de struik. Hier gaat een mix van boilies, pellets, groundbait en wat olie overheen.  Terwijl Johan er nog is loop ik snel naar de bus om mijn dunne slaapzak om te ruilen voor mijn dikke 5 seizoenen zak. Zo, geen kou meer vannacht. Johan gaat naar huis en de nacht is voor mij. Om 4 uur word ik weer gewekt door enkele piepen op de “bosjes hengel”. Ik wip mijn bedje uit en loop naar de hengel. Weer 2 piepen. Ik besluit de hengel te pakken en maak contact…………. Met de hele wereld. Vast. Shit. Ik weet in de 15 minuten daaropvolgend een prachtige woody te drillen van 1.65 meter. Vol met zijtakken, lijnen en mosselen. Ik onthaak de woody voorzichtig en zet hem terug in het riet waar hij van mij wortel mag gaan schieten. Met de boot breng ik nu de rig weer terug. Deze keer wel spot-on. Ik stap weer in mn bedje maar kom nu weer niet in slaap.

Het struikje

Nu niet van de kou maar van de hitte. Van de meest dunne slaapzak naar de meest dikke. Ik sla hem half van me af en voel nu dat ik het aas ben. Het aas voor enkele bloeddorstige muggen. Ik voel me een lijk in een slechte vampierfilm. Uiteindelijk weet ik toch slaap te vatten. Smorgens word ik weer visloos wakker. Niet veel later arriveert ook Piet. Terwijl ik met Piet sta te praten over dat het raar is dat we niets vangen zie ik in mijn ooghoeken een rubber bootje aankomen varen. Met redelijke snelheid vaart hij recht op het plukje riet af waar ik op lig te vissen. 5 meter bij mij uit de kant!! Heel even denk ik nog dat het een roofvisser is maar dan zie ik een karperhengel. Een gozer met wat langer blond haar wil zijn lijn uitvaren voor mijn voeten. Terwijl hij dichterbij komt vraag ik hem “wou je over mijn lijn heen gaan liggen?”. Hij kijkt me aan met een nietszeggende blik. Draait zijn boot om en zonder boe of bah te zeggen vaart hij weer terug, 600 meter naar zijn tent. In ieder geval die richting op want door de bocht en de bomen aan mijn kant kan ik hem niet meer zien.

Kijkend van A naar B

“ik zei het toch, ik zei het toch” roept Piet tegen mij. Dan komt er een tweede bootje aan. Deze jongen heeft zeker de nodige bootervaring en heeft dit vast veel vaker gedaan. Als een echte piraat staat hij voor in de camou rubberboot zijn hengel binnen te draaien terwijl zijn elektromotor op volle toeren draait. Stoer en fier staat hij in de boot. Kijk eens hoe goed ik dit kan. Hij gaat mijn stek voorbij en vaart nog zeker 50 meter verder het kanaal in om zijn lood los te maken dat onder “mijn” kant ergens achter vast zit. Bij de plek aangekomen komt ook zijn lood vrij.

En zelfs nog 50 meter voorbij mijn stek

Hij draait de laatste paar meter nylon op zijn spoel, keert om en ook hij gaat zonder boe of bah weer terug naar waar hij vandaan komt. Ik begin nu langzaam te begrijpen wat ik zie. Deze “karpervissers” vissen 500 meter een kanaal in waar zij onder de bomen vissen. De bomen onder “mijn” kant. Als deze “vissers” een aanbeet krijgen dan hoeft de vis dus maar 5 á 10 meter naar links te scheren om zichzelf in een veilige obstakelhaven te bevinden. Ik vraag me zelfs af of ze wel iedere keer een aanbeet krijgen, want als de vis gewoon gaat scheren zonder lijn te nemen zit de vis al vast vóór er ook maar een aanbeet komt. Waar zijn we nu helemaal mee bezig. En dan wil ik het nog niet eens hebben over het respect naar andere vissers toe die je gewoon voorbij vaart zodat deze niet eens onder eigen kant kunnen vissen. Nee, ik heb het nu puur over de veiligheid voor de vis. Het risico dat je neemt om maar een beet te krijgen. Is dat het dan waard? Is die foto van die (beschadigde) vis dan zo belangrijk dat je dit soort acties onderneemt? Nee, sorry. Laat mij dan maar niets vangen. Want als dit de manier was dan zou ik er vandaag nog mee stoppen.

A: Mijn Stek  B: De stek van de Belgische vissers

Ik heb ook ver uit de kant gevist, maar wel zo dat de vis de mogelijkheid had om te scheren zonder ergens in vast te komen. Niet bij obstakels. Ik heb op Rainbow, obstakelwater nr. 1 ook richting de obstakels gevist. Maar dan voerde ik erin en viste ik in de vrijere zone’s. Ik wil graag vis vangen, maar vind wel dat je je verstand erbij moet halen. Het gaat niet om de run’s die je krijgt, maar om de vissen die je daadwerkelijk vangt. En als de kansen op verspelen te hoog worden moet je er niet eens aan beginnen. Wij zijn de wezens met “meer” verstand. Wij kunnen redeneren. Laat ons dan ook het goede voorbeeld geven.

Ik hoop dat mensen beseffen na het lezen van dit artikel dat vissen niet ten koste moet gaan van de vissen. Al zal er 1 visser na het lezen van dit artikel de volgende keer besluiten om minder risico te nemen dan heeft dit schrijven nut gehad.

Geniet van het vissen en geniet van de vissen.

Ed-Venture
Edwin Wouters

 

 

Comments
Loading...